Bij bovengenoemde, zeer succesvolle, open monumentendag verscheen een begeleidend boekwerk dat veel cultuurhistorische informatie over Maarn bevat. Een goede reden om het boekje hier op te nemen!
Ga naar: Inhoud | Routekaart | Open Monumentendagen | Home
Omslag:

Titelpagina:
De Marke
Mandron/Manderen
David Vroon
Kees van Lambalgen
CULTUURHISTORISCHE COMMISSIE MAARN-MAARSBERGEN NATUURLIJK
Bij de omslag:
Karakteristiek voor de historie van Maarn zijn de kleine boerderijen die nog op enkele
plaatsen in het dorp en het buitengebied worden aangetroffen.
Boerderij Berkenzand is daar een voorbeeld van.
Tezamen met de oude, nog goed zichtbare, ontginningspatronen in het landschap vormen de
boerderijtjes een tastbare herinnering aan de lange, agrarische ontwikkelingsgeschiedenis
van Maarn.
Het zo gaaf mogelijk bewaren van de laatste boerderijtjes en de structuur van de
ontginningen acht de Cultuurhistorische commissie van de Vereniging Maarn-Maarsbergen dan
ook van het grootste belang.
September 2001
Vormgeving: Pre Press Buro Booij, Maarsbergen/Huis ter Heide
Druk: Van Rossum's Drukkerij, Maarsbergen
@ Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Cultuurhistorische Commissie van de Vereniging Maarn-Maarsbergen Natuurlijk.
Inhoud
Beknopte geschiedenis van Maarn
Routebeschrijving
Bronnen
Ga naar: Inhoud | Routekaart | Open Monumentendagen | Home
Woord vooraf
Van het dorp Maarn wordt wel eens gezegd dat het vrijwel geen geschiedenis heeft. Deze stelling is niet juist. Maarn heeft een zeer interessante ontwikkelingsgeschiedenis. Na de laatste ijstijd, zo'n 10.000 jaar geleden vestigden zich de eerste bewoners op de plaats waar nu het dorp ligt. Dit waren jagers en verzamelaars die vanaf zo'n 7.000 jaar geleden hun nomadische bestaan opgaven en overschakelden op landbouw en veeteelt. Sporen van hun aanwezigheid, grafheuvels, urnenvelden en artefacten (bewerkte vuursteensplinters uit de prehistorie), zijn nog steeds in gemeente Maarn te vinden. Daarna is Maarn bijna 7000 jaar een dunbevolkte, agrarische samenleving geweest. Op de arme zandgronden aan de rand van de Heuvelrug probeerden de mensen een bestaan op te bouwen. Door allerlei ontwikkelingen in de landbouw en de bevolkingsgroei werd steeds meer grond in cultuur gebracht, vooral vanaf de middeleeuwen. Hierbij moet worden beseft dat dit, vanwege de beperkte hulpmiddelen die de bewoners toen hadden, alleen met grote moeite kon worden gerealiseerd. Enkele oude ontginningen zijn grotendeels door woningbouw en bosaanleg verdwenen of aan het zicht onttrokken. Toch is het unieke van het landschap in Maarn, dat sommige ontginningen nog gaaf in het landschap te herkennen zijn. Op dit cultuurhistorisch erfgoed moeten we dan ook zuinig zijn!
Reden genoeg voor de Cultuurhistorische Commissie van de Vereniging Maarn-Maarsbergen Natuurlijk, de Gemeente Maarn en de VVV om tijdens de Open Monumentendag 2001 de aandacht te richten op de agrarische ontginningen rondom Maarn. Dankzij de financiële steun van het gemeentebestuur en de Rabobank Maarn was het mogelijk om de postertentoonstellingen te maken en dit boekje uit te geven. Zonder medewerking van een groot aantal vrijwilligers en sponsoren zou het niet mogelijk zijn geweest om deze dag te organiseren. Op deze plaats willen wij hen hartelijk danken voor hun bijdrage aan deze dag. Tevens spreken wij onze dank uit aan de eigenaren/gebruikers van de monumentale panden en terreinen voor hun bereidwilligheid deze open te stellen tijdens de Open Monumentendag.
Deze gids is voor u gemaakt als wegwijzer en herinnering. Allereerst treft u een plattegrond aan, waarop de route is weergegeven. Als leidraad voor uw ontdekkingstocht hebben de gebouwen en andere bezienswaardigheden een nummer gekregen. Door deze nummering kunt u zich gemakkelijk oriënteren en kunt u bij de gedetailleerde routebeschrijving uitgebreidere informatie opzoeken. Bovendien zijn in de opengestelde gebouwen tijdens de Open Monumentendag kleine tentoonstellingen ingericht die zeker de moeite waard zijn.
Wij wensen u een fijne dag toe. Ongetwijfeld is de tijd te kort om alles te zien en te lezen. Zet u uw verkenningstocht in dit mooie gebied van Maarn daarom op andere dagen voort!

Henk van den Beld
Voorzitter Cultuurhistorische Commissie
Vereniging Maarn-Maarsbergen Natuurlijk

Marianne Burgman
Burgemeester Gemeente Maarn
Ga naar: Inhoud | Routekaart | Open Monumentendagen | Home
Routekaart:
[NB: Een klik op een geel nummertje op de kaart brengt u naar het betreffende hoofdstuk!]
Ga naar:
Inhoud |
Open Monumentendagen |
Kaarten |
Home
Beknopte geschiedenis van Maarn
Tijdens deze Open Monumentendag wordt een rondtocht gemaakt door verschillende
ontginningen in de gemeente Maarn.
Zo'n duizend jaar geleden zag het Maarnse landschap er geheel anders uit.
Op de Heuvelrug lagen vooral uitgestrekte, woeste gronden, met name heidevelden.
Hierop graasden de schapen van tien boerderijen die aan de voet van de Heuvelrug waren gelegen.
Maar ook in het lager gelegen deel van de gemeente was de grond nog nauwelijks gecultiveerd.
In de Gelderse Vallei lag het zogenaamde Westerwoud, een uitgestrekt moerasbos.
Alleen op de wat hoger gelegen stukken in de Vallei, de zogenaamde dekzandruggen, verschenen
enkele boerderijen.
Er woonden dus vrijwel geen mensen in de streek.
Tegenwoordig treffen we in het hoger gelegen buitengebied vooral uitgestrekte bossen aan en
in de lager gelegen delen weide- en bouwland.
Aan de voet van de Heuvelrug ligt het dorp Maarn.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
1. Inleiding
Figuur I. Het ontginnen van woeste grond tot landbouw- Niet alle woeste gronden waren even geschikt om in cultuur te worden gebracht.
De eerste boeren zullen zijn begonnen met de beste gronden die gelegen waren op de overgang
van Heuvelrug naar Gelderse Vallei.
Pas later werden de hoger en lager gelegen delen aangepakt.
In de loop van de tijd veranderden de inzichten in de wijze waarop een ontginning moest
worden uitgevoerd en ook de technische hulpmiddelen maakten een ontwikkeling door.
Tijdens deze Open Monumentendag staan de agrarische ontginningen in Maarn centraal.
Zij onderscheiden zich van elkaar door het tijdstip van de aanleg (ouderdom) en het
verkavelingpatroon (blokvormig, strookvormig, etc.).
Voor een goed begrip van wat u onderweg kunt zien in het landschap, is het noodzakelijk
om enige kennis te hebben van de ontwikkelingsgeschiedenis van Maarn.
Vandaar dat dit boekje begint met een beknopte beschrijving daarvan.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur II. De vorming van de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse 2. De ijstijd en de eerste bewoners Na de komst van het ijs in Nederland kondigde zich een warmere periode aan: het Eemien.
Maar 70.000 jaar geleden werd het opnieuw kouder en kondigde zich de laatste ijstijd aan,
het Weichselien.
Deze duurde tot 10.000 jaar geleden.
Het ijs heeft Nederland in deze laatste koude periode niet bereikt.
Nederland kende toen een droog toendraklimaat.
Winden uit het noordwesten joegen over de nauwelijks begroeide vlakten en de droge rivier-
en beekbeddingen.
Grote hoeveelheden zand, stof en sneeuw werden door de winden meegevoerd en elders in
dikke lagen afgezet.
Door het stuivende zand werden kleine hoogteverschillen toegedekt.
Als met een deken werd het landschap met zand bedekt.
De zanden, die men in grote delen van Nederland aantreft, worden daarom ook wel dekzanden
genoemd.
Het einde van de laatste ijstijd had verstrekkende gevolgen voor het landschap: de
toendra's verdwenen om plaats te maken voor een landschap met veel bos en water.
Ideaal voor de jacht op klein wild en de visvangst.
Ongeveer 7000 jaar geleden gaf men het trekkende jagersbestaan op en ging men in vaste
nederzettingen dichtbij de door hun aangelegde akkers wonen.
De nederzettingen moeten gelegen hebben op gunstige plaatsen, zoals de hellingen van de
Heuvelrug en de dekzandruggen in de Gelderse Vallei.
Het zullen slechts kleine nederzettingen zijn geweest en de bevolkingsdichtheid was
ongetwijfeld zeer laag.
De toen gebruikelijke (zeer) extensieve landbouw werd gekenmerkt door grote oppervlaktes:
één familie had veel ruimte nodig.
Figuur III. Eén van de mooiste grafheuvels in de gemeente Over de nederzettingen van deze bewoners is vrijwel niets bekend, maar wel van hun
begraafplaatsen, de zogenaamde grafheuvels.
We treffen deze ook in de gemeente Maarn aan, met name op de flanken van de Heuvelrug.
Een grafheuvel is een aarden heuvel, die ter nagedachtenis over het graf van een dode
werd opgeworpen, zoals wij een gedenksteen op een graf zetten.
In de meeste gevallen werd rond de voet van de heuvel een greppel gegraven.
Soms werd de heuvel ook door houten palen omkranst.
Vaak werden de heuvels lange tijd gebruikt voor het begraven van de doden
(er werden steeds nieuwe doden bijgezet), waardoor de heuvel werd vergroot en opgehoogd.
Op sommige plaatsen in de gemeente Maarn zijn artefacten gevonden.
Deze gereedschappen, gemaakt van vuursteen, zijn onder andere aangetroffen bij de Haar.
De grafheuvels, urnenvelden en vondsten van artefacten geven aan dat de flank van de
Heuvelrug en de dekzandrug bij De Haar al vele duizenden jaren door mensen bewoond zijn.
Tijdens de ijzertijd (700 v. Chr. - 0) is de landbouw verder geïntensiveerd.
Er ontstonden grote complexen van vierkante akkertjes gescheiden door lage walletjes,
zogenaamde celtic fields.
De keien en de stobben op de akkers werden gebruikt om de walletjes op te hogen.
De akkers werden bemest met humus.
Ten gevolge van het intensievere grondgebruik nam de druk op het bos toe, waardoor deze
meer en meer plaats moest maken voor heide.
Rond het begin van de jaartelling kwam een belangrijk deel van Nederland binnen de
invloedssfeer van het Romeinse Rijk te liggen.
Maarn lag echter net ten noorden van de grens en veel weten we dan ook niet af van de
bewoners in die periode.
Na de val van het Romeinse Rijk kwam geheel Nederland geleidelijk onder invloed van de
Frankische koningen.
Hun rijk kreeg zijn grootste uitbreidingen in de tijd van Karel de Grote (ca. 800 n. Chr.).
Vanaf die tijd zijn er geschreven bronnen over de streek bekend.
Hierdoor weten we onder andere dat de noordoostelijke flank van Heuvelrug, waarop Maarn
ligt, oorspronkelijk veel dunner bevolkt was dan de zuidwestelijke flank.
De noordoostelijke zijde ligt meer aan de schaduwzijde van de Heuvelrug en is daarom
minder geschikt voor de landbouw dan de zuidwestelijke zijde.
Toch waren er aan de noordoostelijke zijde al in de vroege middeleeuwen nederzettingen,
zoals Leusden en de buurtschappen bij Rhenen.
In het daartussen gelegen gebied kwamen nog enkele nederzettingen tot ontwikkeling,
waaronder Maarn, Maarsbergen en Ginkel, hoewel deze nederzettingen pas enkele eeuwen
later in geschreven bronnen worden vermeld.
Figuur IV. In de gemeente Maarn waren aan het begin van De terreingesteldheid van de Utrechtse Heuvelrug bood in die tijd slechts beperkte
mogelijkheden tot het aanleggen van bouwlanden, te weten in een smalle zone middelhoge
gronden langs de flanken van de Heuvelrug.
In deze zone lagen in de Karolingische tijd (750-900 n. Chr.) dan ook kleine agrarische
nederzettingen.
Het agrarische systeem was gebaseerd op een gemengde bedrijfsvoering, waarbij na het
jaar 1000 een sterker accent op de akkerbouw kwam te liggen.
De akkercomplexen, waar de akkers van verschillende boeren bijeen lagen, worden in
Utrecht "engen" genoemd.
Elders is de benaming "es" of "enk".
Engen komen vooral voor in een langgerekte strook tussen Zeist en Rhenen (de zuidwest-flank)
en slechts op enkele plaatsen langs de noordoostflank (o.a. bij Maarn en Maarsbergen).
De engen werden regelmatig bemest met schapenmest.
Deze werd verkregen door de schapen overdag op de heide te laten lopen en 's avonds op
te sluiten in schaapskooien.
Om zoveel mogelijk mest te verkrijgen en om de schapen op een droge strooisel laag te
laten staan, werden (heide-)plaggen in de schaapskooi gebracht.
Door de eeuwenlange bemesting werden de engen opgehoogd.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur V. De ligging van de ontginningsblokken, zoals deze bestonden 3. De oudste ontginningen: de Eng en de Haar De oudste ontginningen in Maarn zijn de Maarnse eng en de Haar.
De Eng is gelegen op de flank van de Heuvelrug en dateert in ieder geval uit de elfde eeuw.
Mogelijk is de Eng nog ouder, omdat Maarn in het jaar 1028 pas voor het eerst wordt genoemd
(als Mandron).
Op de oostzijde van de Eng lag een tiental boerderijen op de acht meter hoogtelijn (boven NAP),
langs de doorgaande weg in de richting van (Oud-)Leusden en Amersfoort.
De bijbehorende hoevestroken lagen in zuid-westelijke richting tegen de helling van de Heuvelrug.
De Maarnse eng moet het resultaat zijn geweest van een systematisch opgezette ontginning.
Van oudsher had de Bisschop van Utrecht in Maarn een overheersende invloed en mogelijk heeft
deze een rol gespeeld bij de opzet van de ontginning.
Een belangrijk deel van de bisschoppelijke rechten is in de late middeleeuwen overgegaan
naar het Domkapittel te Utrecht.
Zo had het kapittel het recht om in geheel Maarn tienden te heffen.
Dit betekende dat boeren één tiende van de opbrengst van hun veldgewassen (meestal rogge en
boekweit) aan het kapittel kwijt waren; oorspronkelijk werd de tiend in natura geheven, maar
later werd deze in de vorm van geld betaald.
Ook had het kapittel tot het midden van de zeventiende eeuw een groot deel van Maarn in eigendom.
Figuur VI. De achtergevel van het in 1993 gesloopte Aarendal (links).
In de boerderij bevond zich een klein keldertje met daar-
Figuur VIb. De voorgevel van Aarendal.
Op de eng lag het bouwland van de hele nederzetting bij elkaar.
Het belangrijkste kenmerk van de eng was het ontbreken van een omheining rond de akkers
van de deelnemende boeren.
Het gebruik van de eng was aan regels gebonden.
De boeren op een eng begonnen gelijktijdig met zaaien en oogsten, zodat de eng na de oogst
in gebruik genomen kon worden als tijdelijke weidegrond voor het vee.
Ook waren zij verplicht om op bepaalde delen van de eng dezelfde gewassen te verbouwen.
De bouwlanden die eertijds bij de Maarnse eng behoorden, zijn in de loop der tijden
vrijwel allemaal verdwenen onder het dorp Maarn of bebost.
Van de boerenerven op de eng is eveneens weinig óver.
In 1993 werd in de dorpskern op de hoek van de Hertenlaan en de Kapelweg nog het boerderijtje
Aarendal gesloopt.
De Stichting" Aarendal" heeft geprobeerd het boerderijtje met weide als één van de laatste
stukjes oud-Maarn te bewaren, maar tevergeefs.
Het moest plaatsmaken voor nieuwe woningen.
Dit was zeer spijtig, omdat de keuterboerderij Aarendal de (armoedige) geschiedenis van Maarn
in één oogopslag liet zien.
Nu is alleen nog de Hoekenkamp op de Maarnse eng over.
Figuur VII. De kampontginningen bij de Haar vallen onmiddellijk in het Ten oosten van de Maarnse eng liggen de kampontginningen bij de Haar.
De kampen ontstonden op een dekzandrug in de Gelderse Vallei en dateren mogelijk al uit de
elfde eeuw.
Het landschap was hier niet geschikt voor de vorming van engen.
Daarom werden de ontginningen in kampen uitgevoerd.
Dit waren verspreid liggende akkers die aanvankelijk vaak door brede houtranden van elkaar
werden gescheiden.
In later tijd zijn deze houtranden meestal verdwenen, waardoor de kampen aan elkaar konden
groeien.
In tegenstelling tot de meer systematische strokenverkaveling op de engen ontstonden op
deze manier percelen in onregelmatige blokken.
De kampontginningen bij de Haar vormen een langgerekte strook blokvormige percelen langs
de westzijde van de Heijgraaff.
In deze kampontginning liggen onder andere de eeuwenoude erven van de voormalige boerderijen
De Haar, Eijkelenburg en Mandersloot.
De kampen zijn zeer gaaf gebleven: zo zijn de greppels en wallen rondom alle percelen nog
aanwezig.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
4. De gemene gronden De gemene gronden hebben tot in de zeventiende eeuw bestaan.
Zij waren het eigendom van het Domkapittel te Utrecht.
Vermoedelijk als gevolg van de Reformatie werden aan het einde van de Tachtigjarige Oorlog
de tot de Maarnse mark behorende bezittingen door het kapittel van de hand gedaan.
Dit gebeurde op 29 mei 1644, waarbij de gronden door loting onder de markgenoten werden
verdeeld.
Bovendien verleende het kapittel in 1646 aan meérdere personen vrijheid van tiendbetaling
om de ontginning van woeste gronden te bevorderen.
De gemene gronden werden vervolgens ontgonnen.
Eerst was de Meent aan de beurt, vervolgens de Birk en tot slot het Veen.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur VIII. Boerderij De Maarnse Meent was de eerste 4.1 De Meent Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur IX. De Birck of Birckestein was de oudste boerderij 4.2 De Birk Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur X. Het Veen is grotendeels onder de woonwijk De 4.3 Het Veen Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Routebeschrijving
De route is met name geschikt voor fietsers en voert langs allerlei gebouwde
en ongebouwde monumenten in Maarn, zoals de boerderijtjes Berkenzand en De Hoekenkamp,
het gebied van de Koeheuvels en de Peppelenk, Huize Landeck, boerderij Eijkelenburg en
het gebied van de Meent.
Tijdens de Open Monumentendag zal de route bewegwijzerd zijn.
Bij vrijwel al deze objecten is een kleine postertentoonstelling ingericht.
Tevens komt men tijdens de fietstocht langs een aantal niet opengestelde monumenten,
dat echter ook alleen van de buitenkant meer dan de moeite waard is.
De route heeft een lengte van ongeveer 8 km.
De gehele fietstocht (incl. rondkijken) bedraagt ca. 2,5 uur. De route start bij het dorpshuis de Twee Marken, Trompplein, waar u uw auto kunt
parkeren en koffie of thee kunt drinken.
Figuur 1. Het logo van het dorpshuis 1. Dorpshuis De Twee Marken Tijdens de Open Monumentendag is in de Twee Marken een postertentoonstelling te zien
over de ontstaansgeschiedenis van het dorp.
Tevens zijn er posters met oude foto's, beschikbaar gesteld door Willemien Blaauwendraad,
over het Maarn van vroeger.
U verlaat de hoofdingang van de Twee Marken en slaat linksaf de Tromplaan in.
Vervolgens gaat u de eerste weg rechtsaf (Kortenaerlaan), de tweede weg linksaf
(Ted Visserweg) en vervolgens rechtsaf de Vinkenbuurtweg op.
U passeert het boerderijtje Klein Berkenzand.
U gaat rechtsaf de onverharde Droststeeg op.
Aan uw linkerhand ligt de boerderij (Groot) Berkenzand.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur 2a. Boerderij Berkenzand in de agrarische ontginning de Birk. 2. Boerderij Berkenzand
Figuur 2b. De koeien stonden vroeger in de grupstallen van Berkenzand
Figuur 2c. Voor de Tweede Wereldoorlog Dit was een zwaar karwei.
In het begin van de twintigste eeuw werden de grupstallen gebouwd.
Mest en gier vielen in de grup en werden door de boer regelmatig verwijderd uit de stal.
De grupstallen van Berkenzand zijn nog intact.
De driebeukige opzet van de hallehuisboerderij is ook in het voorste woongedeelte nog
terug te vinden.
De middenbeuk was vroeger de dagelijkse woonruimte met stookplaats en schouw.
In de zijbeuken lagen de berg-, slaap- (de bedsteden) en werkruimtes.
Ook bevond zich in een zijbeuk de melkkelder en opkamer.
Tot het begin van de twintigste eeuw maakten de Maarnse boerinnen zelf boter door de
afgeschepte room met de hand te karnen.
Daarna werd de melk opgehaald in bussen en vervoerd naar zuivelfabrieken in de omgeving.
Tijdens de Open Monumentendag is in Berkenzand een postertentoonstelling over het
gemengde bedrijf (akkerbouw en veeteelt), zoals dat tot ongeveer de Tweede Wereldoorlog
in Maarn heeft bestaan.
U gaat terug naar de Vinkenbuurtweg en steekt deze recht over.
Het smalle pad waar u op fietst is (nog steeds) de Droststeeg.
Oorspronkelijk was hij net zo breed als bij boerderij Berkenzand,
maar de gemeente Maarn heeft een gedeelte van de steeg verkocht aan de
eigenaren van de aanliggende woningen.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur 3. De naam Droststeeg verwijst naar de drost van 3. Droststeeg U gaat linksaf de Boslaan in en vervolgens rechtsaf de Ted Visserweg op.
Aan uw rechterhand ligt het gebied De Koeheuvels.
Er staat een informatiebord van de gemeente Maarn over het beheer van het gebied.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
4. De Koeheuvels
Figuur 4. De zandverstuivingen van de Koeheuvels.
De Koeheuvels laten eigenlijk zien, wat er gebeurt als de grond te intensief wordt gebruikt.
Boeren lieten soms op de gezamenlijke gronden teveel schapen lopen of staken teveel plaggen.
De vegetatie verdween en er ontstond een zandverstuiving.
Dit is op veel plaatsen op de Utrechtse Heuvelrug gebeurd.
De boeren hadden veel last van de zandverstuivingen die ze zelf hadden veroorzaakt.
Het stuivende zand kon namelijk hun verderop gelegen akkers bedekken, waardoor de planten
verstikten.
Toen de schapencultuur door de introductie van de kunstmest verdween, werd de vegetatie
niet meer kortgehouden.
Hierdoor raakte de heide overwoekerd.
De gemeente Maarn heeft recent besloten de Koeheuvels in hun oude staat terug te brengen.
Door vrijwilligers (onder andere schoolkinderen) zijn bomen en struiken verwijderd.
Ook is de humuslaag op sommige plaatsen verwijderd, waardoor er een bodem boven kwam die
arm is aan voedingsstoffen.
Hierdoor krijgen heide en verschillende diersoorten weer een kans.
Zo komt in deze omgeving de hazelworm nog voor.
Deze kleine, gladde slang is in feite een pootloze hagedis en een typische bewoner van
heide en bosranden.
De hazelworm is volstrekt ongevaarlijk.
De Koeheuvels zien er vandaag de dag weer uit zoals honderd jaar geleden.
Op het iets verder gelegen Landgoed Peppelenk staan prachtige, beschermde jeneverbesstruiken.
De jeneverbes heeft het moeilijk in Nederland, omdat de struik zich niet meer natuurlijk
kan verjongen.
Waarschijnlijk is het vrijwel uitsterven van de korhoenders hiervan de oorzaak
(voorkieming van het zaad in de maag van deze vogel).
Tijdens de Open Monumentendag is een korte wandeltocht uitgezet over de Koeheuvels.
U vervolgt uw weg en gaat rechtsaf de Krönerweg op.
Wanneer de Krönerweg (na 250 m) een bocht naar links maakt, gaat u rechtsaf het
onverharde pad van de Hoekenkamp op. Aan het einde van deze buurtschap ligt een
klein boerderijtje, eveneens De Hoekenkamp genaamd.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur 5a. De Hoekenkamp geeft de sfeer van het agrari- 5. De Hoekenkamp
Figuur 5b. De rogge-akker bij het boerderijtje heeft behalve
Figuur 5c. Begin juni bloeien de koren- De akker bij De Hoekenkamp is echter nog steeds bouwland.
De eigenaar heeft zich samen met de Vereniging Maarn-Maarsbergen Natuurlijk ingezet voor
de voortzetting van het oorspronkelijke gebruik van de akker.
Jaarlijks wordt rogge gezaaid, welke in juli wordt geoogst.
De akker heeft naast een cultuurhistorische waarde, een hoge botanische waarde, omdat er
geen bestrijdingsmiddelen worden toegepast.
Zo kan men ieder jaar genieten van de vele korenbloemen tussen de rogge, maar er groeien
ook zeldzame planten als korensla en leeuwentand. U verlaat de Hoekenkamp en vervolgt uw weg richting de Amersfoortseweg.
U gaat rechtsaf de parallelweg naast de Amersfoortseweg op.
Vervolgens gaat u na 250 meter rechtsaf de Laan van Laag Kanje op.
De villa aan uw linkerhand is Zonne Kanje, de woning F. E. Everwijn Lange, burgemeester
van Maarn van 1924 tot 1957.
De Laan van Laag Kanje volgt u helemaal over het recreatiepark.
Bij de T-splitsing gaat u linksaf richting de hoofduitgang.
U fietst langs de receptie.
Aan uw rechterhand ligt de dienstwoning van Huize Landeck.
Daarnaast, op de hoek van de Dwarsweg, ligt Huize Landeck.
Het huis is van de buitenzijde te bezichtigen.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur 6a. Huize Landeck aan de Laan van Laag Kanje in 6. Huize Landeck
Figuur 6b. De dienstwoning.
Het landhuis heeft een rechthoekige plattegrond, bestaat uit twee bouwlagen met een
zoldering onder twee ver overstekende, elkaar kruisende zadeldaken.
Het heeft een rood pannendak; de pannen zijn van het type verbeterd Hollands.
De gevels bestaan uit witgeverfde, brede, horizontale rabatdelen boven een bakstenen plint.
In de topgevels een uitkragend topgevelbeschot van groen geschilderde, verticale planken.
De toegangsdeur bevindt zich in de enigszins asymmetrisch ingedeelde voorgevel en wordt
bereikt via een stenen trap in een grote rechthoekig portiek annex balkon met aan de
voorzijde een tweetal vrijstaande houten, Toscaanse zuilen op stenen voet, die een
boogvormig gesloten luifel dragen.
Tegen de linkergevel staat een serre met afgeschuinde zijden.
De rechtergevel is in 1929 in opdracht van de familie Taets van Amerongen uitgebreid met
een aanbouw onder een plat dak.
Figuur 6c. De beukenberceaus van Landeck.
Figuur 6d. De Nieuwe Maarnse De perken zijn helaas grotendeels verdwenen, waardoor de waarde nu met name ligt in de twee
lange berceaus (met een lengte van ongeveer 50 meter) van afwisselend rode en groene beuken.
Berceaus zijn beukenhagen die in een boogvorm het tuinpad overspannen.
Ze zijn haaks op de gevel van het huis geplant.
Het is mogelijk om een korte rondwandeling over het landgoed te maken (ca. 1 km).
Halverwege deze wandeling komt u langs een voormalige akker die door de huidige eigenaar
van Landeck met veel verschillende soorten naaldbomen is ingeplant.
Deze zijn inmiddels tot een respectabele omvang uitgegroeid.
U gaat rechtsaf de Dwarsweg op waarbij u door de strookvormige verkaveling van
de Birk fietst.
De Dwarsweg wordt zo genoemd, omdat hij dwars (loodrecht) op de ontginningsstructuur
van de Birk ligt.
Aan uw rechterhand lagen vroeger verscheidene kleine boerderijtjes.
Deze zijn gesloopt en vervangen door moderne landhuizen.
Na 1 kilometer gaat u linksaf naar de Haar en Eijkelenburg.
Aan uw rechterhand ligt de Nieuwe Maarnse Beek.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Figuur 7a. Eijkelenburg op een kaart uit 1670. Duidelijk is de toren van 7. Eijkelenburg
Figuur 7b. Eijkelenburg als kampeerboerderij.
De ansicht- Tijdens de Open Monumentendag is bij Eijkelenburg een postertentoonstelling te
bezichtigen over het natuurontwikkelingsproject in de Meent.
Ook is een kleine wandeling uitgezet langs de Meent.
U gaat rechtsaf het pad langs de Heijgraaff op richting de Meentsteeg.
Aan uw linkerhand ligt de Maarnse Meent.
Duidelijk is te zien, dat de camping hoger is gelegen (op een dekzandrug) dan de Meent.
Op de Meentsteeg gaat u naar links.
aan uw rechterhand ligt een natuurontwikkelingsproject van Landgoed Anderstein.
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
8. De Meent
Figuur 8. Het natuurontwikkelingsproject in de Maarnse Tegen het einde van de vorige eeuw is door Landgoed Anderstein een natuurontwikkelingsproject
gestart in een gedeelte van de Meent.
Het maaiveld van een perceel is verlaagd door de vruchtbare toplaag af te graven.
Dit had twee effecten: verschraling en vernatting.
Door kwel is er een constante aanvoer van schoon en vaak kalkrijk water, wat een voorwaarde
is voor het herstel van een bijzondere plantengroei.
Op deze wijze ontstaat er een ideale uitgangssituatie voor het zogenaamde blauwgrasland
(onbemest hooigrasland).
Hierin komen grassen (met name zegge-soorten) voor die een blauwe waas geven aan het
grasland.
Blauwgraslanden waren voor 1900 veel aanwezig in de lagere delen van de Gelderse Vallei,
maar nu zijn zij uiterst zeldzaam geworden.
Het nieuwe natuurgebied geeft aan hoe het gebied van de Meent er eeuwenlang, voor de
verdeling van de markegronden, heeft uitgezien.
Bij dit project is het herstel van natuurwaarden goed gecombineerd met de cultuurhistorische
waarde van het gebied.
Juist in Maarn is het behoud van de relatie van natuur- en cultuurhistorische waarden van
essentieel belang, omdat deze bepalend is voor het fraaie landschap.
U gaat over de Meentsteeg terug richting Maarn.
Vervolgens gaat u linksaf de (onverharde) Dwarsweg op.
Aan uw linkerhand ligt een kampontginning van de Haar.
Hier zijn diverse artefacten (bewerkte vuurstenen gereedschappen) gevonden, die aantonen
dat dit gebied al duizenden jaren voor het begin van de jaartelling bewoond is geweest.
Eén van de vondsten is gedaan door de hoofdopzichter van Landgoed Anderstein, de heer
Van der Lee, bij het uitgraven van een fret uit een konijnenhol.
Na 300 meter gaat u rechtsaf. Dit is de Schapendrift, een laan waarover de schapen vanaf
de boerderijen naar de Maarnse berg werden gedreven.
U gaat rechtdoor naar de Bakkersweg en vervolgens rechtsaf de Jacob van Wassenaerlaan in.
Tenslotte gaat u linksaf de Tromplaan in.
Aan uw linkerhand ligt na 300 meter het eindpunt/beginpunt van de route "De Twee Marken ".
Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
Bronnen
Gebruikte literatuur
Overige informatie Fotoverantwoording Ga naar:
Inhoud |
Routekaart |
Open Monumentendagen |
Home
© Cultuurhistorische Commissie Maarn - Maarsbergen 2007
De grote veranderingen in het landschap zijn niet vanzelf tot stand gekomen, maar door
noeste arbeid van generaties bewoners van deze streek.
Zij hadden immers niet de machines waarover wij vandaag de dag de beschikking hebben.
In de Gelderse Vallei en op de flanken van de Heuvelrug wilden de bewoners vee houden en
gewassen op hun akkers verbouwen.
Ze rooiden daartoe het oorspronkelijke bos dat in de Gelderse Vallei was gelegen.
Om het gebied te ontwateren, werden met de schop greppels en sloten gegraven.
De vrijkomende grond werd gebruikt om aarden wallen op te werpen, waarop bomen en struiken
werden ingeplant.
Deze houtwallen vormden een afscheiding voor het vee.
Soms zaten in de grond nog boomstronken of stenen.
Deze moesten eerst worden verwijderd, voordat de grond met ossen of paarden kon worden
geploegd.
grond met een ossenploeg. De ossen waren traag, maar in
veel gevallen hadden alleen zij voldoende kracht en uit-
houdingsvermogen om de ploeg op voldoende diepte door
de zandgrond te trekken. Voor paarden was dit ontgin-
ningswerk meestal niet uitvoerbaar
Vallei.
Maarn ligt op de overgang van de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei.
De Heuvelrug heeft zich 200.000 jaar geleden gevormd, toen vanuit het noorden een enorme
ijskap Nederland bereikte.
Het is het begin van de voorlaatste ijstijd, het Saalien genoemd, die tot ongeveer 120.000
jaar geleden aanhield.
Het reusachtige gewicht van het voortkruipende ijs stuwde de bevroren bodem voor zich uit.
IJstongen zochten hun weg door natuurlijke laagtes in het landschap.
Eén ijstong vond zijn weg in het oude stroomdal van de Maas, op de plaats van de huidige
Gelderse Vallei.
Deze ijstong stuwde het zand en de grindlagen tot grote hoogte op.
Daar waar de ijslob tot stilstand kwam, bleef het opgestuwde materiaal liggen.
Op deze wijze vormde de ijslob aan de ene zijde de Utrechtse Heuvelrug en aan de andere
zijde de Veluwe.
De Gelderse Vallei werd door de ijslob dieper uitgesleten.
Maarn ligt tussen de Buurtsteeg en de Maarnse grindweg
ter hoogte van de Maarnse hei.
de twintigste eeuw nog tientallen schaapskooien aanwezig.
Op dit moment is er nog maar één over, bij boerderij De
Meent in Maarsbergen. Het is een rijksmonument maar de
kooi verkeert op dit moment in een deplorabele onder-
houdstoestand. Er zijn plannen om de schaapskooi in oude
glorie te herstellen.
in het midden van de achttiende eeuw. De oudste blokken zijn de Eng en
de Haar (beide uit de elfde eeuw of ouder). Waarschijnlijk iets minder
oud is de Meent (twaalfde eeuw). Van recentere datum zijn de Birk (ze-
ventiende eeuw) en het Veen (achttiende eeuw).
boven een slaapzoldertje (rechts).
landschap op. Zij vormen een langgerekte strook blokvormige percelen.
De drie oude erven van de voormalige boerderijen De Haar (a), Eijkelen-
burg (b) en Mandersloot (c) die in deze ontginning liggen, zijn op een
luchtfoto goed zichtbaar.
Naast de bouwlanden op de Maarnse eng en bij de Haar waren er nog lange tijd "gemene"
gronden, dat wil zeggen niet verdeelde en veelal ongecultiveerde gronden die collectief
door de boeren werden gebruikt.
Hier werden onder andere schapen geweid, strooisel gemaaid en turf gestoken.
Over deze gronden liepen schapen- en koeiendriften om het vee van de boerderij naar de
weide- of heidegronden te brengen en weer terug.
Ook zullen er kerkenpaden richting Doorn en Wouden berg zijn geweest.
Maarn had namelijk zelf geen kerkgebouwen de bewoners liepen over de heide naar Woudenberg
en Doorn.
De gemeenschappelijke grond behoorde bij de erven op de Maarnse eng en de Haar.
Oorspronkelijk noemde men het geheel van erven en onverdeelde gronden ‘de Maarnse mark’,
later bedoelde men met de Maarnse mark alleen de onverdeelde gronden.
Het woord 'mark' betekent niets anders dan begrensd gebied.
De boeren op de oudste erven in het gebied hadden recht op het gebruik van de gemene gronden.
Zij waren markgenoot.
Nieuwkomers in het gebied konden geen markgenoot meer worden.
boerderij in de Meent. Het huidige gebouw dateert uit 1914
De naam Meent betekent gemeenschappelijke weidegrond.
De Meent ligt ten oosten van de Heijgraaff en is het oorspronkelijke weidegebied van de
boerderijen die op de Maarnse eng lagen.
Op de eng lag het bouwland waarop rogge en boekweit werd geteeld.
De gemengde bedrijven hadden echter ook voedsel nodig voor het rundvee dat aanwezig was.
De Meent, lager gelegen in de Gelderse Vallei, was voor de voederwinning van het rundvee
zeer geschikt (weide- en hooiland).
In de middeleeuwen, toen de afwatering in het gebied nog een groot probleem was, stond
het gebied 's winters en in het voorjaar vaak onder water.
Als bouwland was het ongeschikt, omdat de boeren slechts een beperkte periode van het jaar
gebruik konden maken van de Meent.
Om de Meent geschikt te maken als weidegebied, heeft men deze eerst omdijkt, om het
toestromen van water uit de Gelderse Vallei te voorkomen.
Waarschijnlijk heeft dit in de eerste helft van de twaalfde eeuw plaatsgevonden.
Uit diezelfde tijd dateert namelijk de Heijgraaff.
Dit is een sloot/afvoerkanaaltje waardoor het water dat van de noordelijke helling van de
Heuvelrug afstroomt en het kwelwater, worden afgevoerd.
Via de Heijgraaff was het mogelijk om de Meent te ontwateren.
In het midden van de Meent groef men daartoe loodrecht op de Heijgraaff een ontginningssloot.
Haaks op deze sloot groef men een groot aantal dwarssloten waarlangs men grote aantallen
knotelzen plantte.
Dit ontginningspatroon is tot de dag van vandaag goed zichtbaar gebleven.
De Meentgronden liggen ter weerszijden van de Meent- of Koeisteeg, tegenwoordig voor een
deel Ted Visserweg genoemd.
De naam Koeisteeg verwijst ernaar dat er in de Meent vooral koeien werden geweid.
Schapen liepen meestal op de drogere hellingen van de Heuvelrug.
In de Meent werden na de verdeling van de gronden in de zeventiende eeuw, nieuwe boerderijen
gebouwd.
De eerste boerderij in het gebied werd omstreeks 1780 gesticht, genaamd de Maarnse Meent.
(of beter gezegd het oudste erf) in de Birk-ontginning. Het
gebouw op de foto dateerde uit 1882. Het is aan het begin
van de negentiger jaren van de vorige eeuw vervangen door
een modern landhuis.
De naam Birk (ook wel geschreven als Birkt, Birck en Birckt) betekent berken- en heidegrond.
Deze ontginning ligt tussen de Laan van Laag-Kanje en de huidige Ted Visserweg (Vinkenbuurt).
De boeren van de Mark gebruikten oorspronkelijk dit gebied om hun schapen te weiden, plaggen
te steken en hout te verzamelen.
Na de verdeling van de gronden in de zeventiende eeuw werd de Birk een belangrijk stuk
cultuurgrond.
Er werd een strookvormige verkaveling in het gebied aangebracht.
In 1751 zijn er in de ontginning vijf boerderijen, met de namen de Birck, Hoog- en Laag-Kanje,
Berkenzand en het Misverstand.
Van deze boerderijen is de Birck, ook wel Birckestein genoemd, het oudst.
Deze boerderij is direct na de verdeling van de Birkgronden in 1644 ontstaan.
In 1882 werd de boerderij geheel vernieuwd.
In de jaren negentig van de vorige eeuw is de Birck in opdracht van Landgoed Anderstein
gesloopt en vervangen door een modern landhuis.
De andere genoemde boerderijen zijn vermoedelijk in de eerste helft van de achttiende eeuw
ontstaan.
Alleen Berkenzand heeft zijn oorspronkelijke karakter tot nog toe behouden.
Driesprong verdwenen. Hierbij werd de oorspronkelijke
bebouwing gesloopt. Zo ook de boerderij van de familie
Breeschoten. Eén van de nieuwe straten in de nieuwbouw-
wijk is naar deze familie genoemd (Breeschotenlaan).
De ontginning het Veen (De Venen) lag ten zuiden van de Birk, tussen de Schapendrift,
de Buurtsteeg en de grens met Maarsbergen.
De Veenontginning is tussen 1700 en 1850 ter hand genomen.
Deze ontginning is, zoals de naam al zegt, gelegen in een laag en venig gebied.
Er is sprake van een sterke kwel en wateraanvoer vanaf de Heuvelrug.
Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom dit gebied laat in cultuur is gebracht.
Bewoning was lange tijd niet mogelijk.
De eerste bewoners vestigden zich aan de randen, pas na 1840 zijn ook de lagere delen van
het Veen bewoond geraakt.
Daarna moesten sommige bewoners weer vertrekken door de aanleg van de spoorlijn en later
de snelweg.
Een groot deel van de oorspronkelijke verkavelingen en bebou wing is verdwenen met de bouw
van de woonwijk De Driesprong.
Van de oorspronkelijke ontginning resteert nog een strook ten oosten van de Planetenbaan.
Deze strook loopt door ten zuiden van de snelweg A-12.
Dit restant is uit landschappelijk en cultuurhistorisch oogpunt bijzonder waardevol.
Ten zuiden van de A-12 ligt in de ontginning een cultuurhistorisch waardevol boerderijtje
dat op het concept van de gemeentelijke monumentenlijst staat.
Voor degenen die iets meer tijd hebben, kan de fietstocht worden uitgebreid met korte
wandelingen bij de Hoekenkamp (Koeheuvels en Peppelenk), Huize Landeck en bij de Maarnse
Meent.
En nu gaan we op pad!
verwijst naar de twee marken, Mersberch
en Manderen, waaruit de gemeente Maarn
is ontstaan.
Het Dorpshuis in Maarn is in 1974/75 gebouwd.
Sinds 1990, na een grondige verbouwing en uitbreiding, wordt het Sociaal-Cultureel
Centrum "De Twee Marken" genoemd.
De naam duidt op de twee marken, Manderen (Maarn) en Mersberch (Maarsbergen), waaruit
de gemeente Maarn is ontstaan.
Bij een mark hebben de bewoners van de streek speciale gebruiksrechten op met name de
bos-, heide- en weidegronden voor de uitoefening van bosbouw, veeteelt en akkerbouw.
Oorspronkelijk bezat ieder boerenbedrijf het recht om volgens een bepaalde verdeelsleutel
vee te weiden, hooi te winnen, plaggen en turf te steken en hout te verzamelen op de
zogenaamde gemene gronden.
Dit was zowel in Maarn en Maarsbergen het geval.
De oude naam voor Maarn, Mandron (Latijn) of Manderen verwijst zelf ook rechtstreeks
naar de mark.
Manderen betekent namelijk 'gemeenschappelijk gebruikte landerijen'.
Mersberch staat voor 'moeras bij de berg'.
De twee leilinden voor de boerderij dienen in de zomer als zonwering.
Over de naam van deze Maarnse boerderij bestaat wat onenigheid, soms wordt het ook wel
aangeduid als Berkenzaad.
Berkenzand is echter het meest waarschijnlijk.
Deze boerderij is voor 1751 ontstaan in de Birk-ontginning.
Het gebied bestond daarvoor uit heidegrond met berkenopslag.
De naam van de boerderij verwijst hier nog naar.
Aan Berkenzand is in de loop der jaren veel verbouwd, maar mogelijk dateren onderdelen
van de boerderij nog uit de achttiende eeuw.
Voor de Tweede Wereldoorlog werd door de toenmalige eigenaar het besluit genomen om
Berkenzand te slopen.
Toen hij bij de pachters kwam kijken, vond hij de schouw in de woonkamer echter zo mooi,
dat de sloop niet doorging.
Berkenzand werd weer opgeknapt en kon gelukkig weer jaren mee.
De boerderij heeft een wit gepleisterde voorgevel met een symmetrische vensterverdeling.
De vensters hebben luiken.
Berkenzand is een typische hallehuisboerderij met een driebeukige opzet.
met de koppen naar de deel toegekeerd. Dit noemt men een Hollandse stal.
was de achterzijde van de Berkenzand nog
van hout. Bovendien had de boerderij een
rieten dak. Het steeds verder "verstenen"
van Berkenzand is illustratief voor de
ontwikkeling van de boerderijtjes van
Maarn. De economische vooruitgang in met
name de twintigste eeuw leidde tot een
verbetering van de woon- en leefomstan-
digheden van mens en dier in de boerderij.
Maartensdijk die in de zeventiende eeuw een versterkt
stenen huis in bezit had, Eijckelenborgh, genaamd.
Van de Droststeeg wordt beweerd dat deze lange tijd in gebruik is geweest als kerken pad.
Omdat in Maarn en Maarsbergen geen kerken waren, maakten de gelovigen de gang naar de kerk
in een ander dorp.
De hele gemeente behoorde kerkelijk tot Doorn, maar de inwoners gingen zowel in Doorn
als Woudenberg naar de kerk.
Er liepen derhalve verschillende (voet)paden vanuit de beide dorpen richting Woudenberg
en Doorn.
Toen in 1884 de Hervormde Kerk in Maarsbergen in gebruik werd genomen en in 1923 de
Kapel in Maarn, raakten de kerken paden hun oorspronkelijke functie kwijt.
Of de Droststeeg ook daadwerkelijk als kerken pad heeft gefunctioneerd, is onduidelijk.
De naam van de steeg verwijst naar David Godin, in de tweede helft van de zeventiende
eeuw drost van Maartensdijk en eigenaar van grote stukken grond en een aantal boerderijen
in Maarn.
Deze drost, een rechterlijk ambtenaar op het platteland, bezat een fraai buiten in Maarn,
Eijckelenborgh geheten.
Het is in de achttiende eeuw verdwenen, maar de naam leeft nog nu nog voort in de
boerderij Eijkelenburg, welke later tijdens de fietstocht wordt aangedaan.
De Ted Visserweg heette vroeger de Koeisteeg.
Over deze steeg werden de koeien van de Maarnse boerderijen op de eng naar de weidegebieden
in de Meent gebracht.
Men kwam met de koeien dan langs stuifzand heuvels die men op den duur de Koeheuvels is
gaan noemen.
Het gebied van de Koeheuvels is zeer karakteristiek voor het dorp Maarn.
Het terrein van ongeveer 11 hectare groot is een restant van een groter stuifzand-
en heidegebied dat vroeger op deze plaats aanwezig was.
Het dankt zijn ontstaan aan de schapencultuur die tot een eeuw geleden in Maarn heel
belangrijk was.
Om de vruchtbaarheid van het bouwland op peil te houden werd namelijk vooral schapen mest
gebruikt.
De schapen graasden overdag op de uitgestrekte heidevelden en verbleven 's nachts in
de schaapskooien.
De mest, vermengd met een grote hoeveelheid heideplaggen, werd op de akkers gebracht.
Zo kregen de bomen geen kans en bleef de heide in stand.
sche verleden van Maarn nog goed weer.
Tegenwoordig wordt dit boerderijtje De Hoekenkamp genoemd, maar voor de Tweede Wereldoorlog
noemden de bewoners van de buurtschap De Hoeken kamp het boerderijtje Zeldenrust.
De Hoekenkamp is het enige boerderijtje van de Maarnse eng dat behouden is.
Dit is een belangrijke reden waarom het op de concept-gemeentelijke monumentenlijst is geplaatst.
Met name de combinatie van het boerderijtje met het aangelegen land is bijzonder waardevol.
Daarom zou er naar gestreefd moeten worden om dit geheel van boerderij en akker te beschermen
en te bewaren.
Het pand is meerdere malen verbouwd (met name de achter- en zijgevel(s)), waardoor het
moeilijk is te dateren.
Waarschijnlijk is het aan het begin van de negentiende eeuw gebouwd op de huidige plek.
Het kleine, witgepleisterde boerderijtje is zeer karakteristiek voor Maarn en omgeving.
Het is een gemengd bedrijfje geweest.
Dit betekent dat er naast vee (enkele koeien, varkens, een paard en wat kippen) ook akkerbouw
plaatsvond.
cultuurhistorische waarde ook een hoge botanische waarde.
bloemen tussen de rogge.
Tijdens de Open Monumentendag zal een imker uitleg geven over de bijenhouderij.
Ook is er een tentoonstelling van oude landbouwwerktuigen en zal er bovendien een
demonstratie worden gegeven, hoe in vroeger dagen de akkers met paarden werden geploegd.
de twintiger jaren van de vorige eeuw.
Huize Landeck is samen met de voormalige dienstwoning (laan van laag Kanje 4) aangewezen
als Rijksmonument.
Het landhuis werd in 1922 gebouwd in opdracht van baron Willem Hendrik Taets van Amerongen.
De naam verwijst naar een plaatsje in Silezië, toen nog Duits, vlakbij de Tsjechische grens.
Tegenwoordig heet dit plaatsje Ladek en ligt het in Polen.
Uit deze plaats was de moeder van de opdrachtgever afkomstig, mevrouw W. J. E. F. von
Knobelsdorff.
Landeck is vrijwel geheel opgetrokken met hout afkomstig uit een fabriek in Silezië.
Door de geldontwaarding in Duitsland was het materiaal in die tijd goedkoop.
De onderkeldering en de stenen fundering werden gemaakt door een aannemer uit Woudenberg.
Het hout voor het huis werd kant en klaar aangevoerd per trein en is vermoedelijk met paard
en wagen naar de laan van laag Kanje gebracht.
Er schijnen 30 tot 40 van dit soort huizen in Nederland te zijn gebouwd.
Het huis is in 1935 eigendom geworden van baron R. F. C. Bentinck en zijn echtgenote
E. H. Bentinck van Eeghen.
Hun zoon, baron O. E. H. Bentinck, is de huidige eigenaar en bewoner.
Beek meandert(kronkelt) weer
door het landschap. Dankzij dit
herstelproject is de natuurwaar-
de van de beek de afgelopen ja-
ren sterk toegenomen.
het versterkte huis (zie figuur 3) nog te zien. Volgens de kaart had Eijke-
lenburg aan het einde van de zeventiende eeuw een agrarische functie,
omdat er een schaapskooi en een hooiberg bij het huis staan afgebeeld.
Eijkelenburg (nu camping), De Haar (nu manege) en het iets verderop gelegen Mandersloot
zijn zeer oude erven in de Gelderse Vallei.
Ze zijn gelegen op een dekzandrug en dateren mogelijk al uit de elfde eeuw.
De erven zijn ontstaan uit kampontginningen die als een langgerekte strook blokvormige
percelen langs de westzijde van de Heijgraaff liggen.
Eijkelenburg, op oude kaarten vaak ook Eijckelenborgh genaamd, is niet alleen een boerderij
geweest, maar ook een statig kasteeltje, hetgeen ook uit tweede deel van de naam kan worden
opgemaakt.
Reeds in 1368 wordt het al genoemd onder een andere naam, het Schuerland, naar de toenmalige
eigenaresse Ermgaert Ghisendochter van Schueren.
Tot in de achttiende eeuw wordt de naam Tgoed ter Schueren op kaarten en in archiefstukken
aangetroffen.
Het is één van de oudste, versterkte (stenen) huizen uit de regio geweest.
Dankzij een bewaard gebleven tekening van J. Stellingwerf (1724-1756) kan men zich
voorstellen, hoe het gebouw eruit gezien heeft.
Stellingwerf gebruikte veelal oudere afbeeldingen.
kaart dateert uit het midden van de twintigste eeuw
De gebouwen zijn meerdere malen vervangen.
De huidige opstallen dateren oorspronkelijk van het einde van de negentiende eeuw.
In de twintigste eeuw werd Eijkelenburg een kampeerboerderij.
De camping is inmiddels ongeveer zeven hectare groot en heeft voornamelijk staanplaatsen
voor caravans.
De Maarnse Meent ligt ten oosten van de Heijgraaff en is het oorspronkelijke weidegebied
van de buurtschap Mandron.
De Meent is lager gelegen in de Gelderse Vallei en was daarom alleen geschikt als
weide- en hooiland voor de boerderijen op de Maarnse eng.
De Meent was gemeenschappelijk bezit tot ongeveer het midden van de zeventiende eeuw.
Daarna werd het gebied, al gedeeltelijk in cultuur gebracht, verder ontgonnen en werden
er boerderijen in gesticht.
De Heijgraaff is één van de oudste, nog zichtbare ingrepen in het Maarnse landschap.
Het afwateringskanaaltje is gegraven langs de steilrand van de Heuvelrug en dateert
mogelijk al uit het begin van de twaalfde eeuw.
Enkele jaren geleden is de Heijgraaff grotendeels in oude glorie hersteld en weer
watervoerend gemaakt.
Het herstel van de cultuurhistorische waarde van de Heijgraaft had tevens een sterke
verhoging van de natuurwaarden tot gevolg.
Meent.
Er is niet veel literatuur over de geschiedenis van Maarn beschikbaar.
De auteurs kregen van verschillende personen informatie aangeleverd, welke essentieel was
voor de totstandkoming van dit boekje.
Behalve de overige leden van de Cultuurhistorische commissie (de heren H. van den Beld,
J. W. G. Laporte, M. Pater en F. J. Somsen) willen zij op deze plaats met name bedanken:
Tot slot zijn de auteurs de heer A. J. Somsen zeer erkentelijk voor het maken van de
routekaart en de overzichtskaart van de ligging van de ontginningsblokken.
De foto's en figuren zijn door de volgende personen en instanties ter beschikking gesteld: